Het doel van dit scenario is een woning die volledig loskomt van aardgas en wordt verwarmd met een warmtepomp. In de nabije toekomst zijn geen aanpassingen meer nodig, de woning is helemaal up-to-date.
In dit scenario wordt altijd een warmtepomp en een inductiekookplaat toegepast.
Voor het goed/optimaal functioneren van een warmtepomp is het noodzakelijk dat de warmtevraag niet te groot is. De warmtevraag kan worden beperkt door drie type maatregelen.
1. Verbeteren van de thermische kwaliteit van de gebouwschil.
Dit betekent (betere) isolatie van vloer, gevels en daken , toepassing van (minstens) HR++-glas.
2. Dichtmaken van naden en kieren.
Bijvoorbeeld kozijnen afsluiten met tochtband, doorvoeren in vloer en dak afdichten en kieren en naden in de meterkast en bij woningscheidende wanden aanpakken.
3. Het ventilatiesysteem verbeteren.
Bijvoorbeeld met een mechanisch systeem met CO-sturing of balans ventilatie met warmteterugwinning.
Door de warmtepomp neemt het elektra verbruik toe, dit wordt beperkt door de maatregel bijplaatsen van zonnepanelen.
Het aantal zonnepanelen wordt bepaald op basis van het elektraverbruik en de beschikbare ruimte.
Bij het scenario “naar aardgasvrij” worden deze onderdelen aangepakt.
In onderstaande tabel staan de maatregelen met de randvoorwaarde beschreven.
Geel gemarkeerde vlakken in tabellen zijn onder voorbehoud. Maatregelen en voorwaarde zijn nog niet definitief.
|
maatregelen |
randvoorwaarde |
nieuwe waarde 1 |
|
buitenlucht warmtepomp vermogen 6 kW vermogen 8 kW vermogen 10 kW vermogen 13 kW |
juiste vermogen wordt automatische bepaald |
aan en afvoer temperatuur 45/40 °C |
|
LT radiatoren |
bestaand installatie is lokale verwarming (kachel) |
|
|
inductie kookplaat |
|
|
|
spouw isolatie EPS korrels |
bouwjaar ≥ 19452 en bestaand gevel heeft geen spouwisolatie |
Rc = 1,63 |
|
voorzetwand binnenzijde 100 mm PIR |
bouwjaar < 1945 en bestaand gevel heeft geen isolatie aan de binnenzijde |
Rc = 3,68 |
|
glas vervangen door HR++
|
bestaand kozijn is geen niet-thermisch onderbroken profiel en bestaand glas < HR glas |
Uw = 1,80 ggl = 0,6 |
|
nieuw kozijn met trippel glas |
bestaand kozijn is niet-thermisch onderbroken profiel en bestaand bestaand glas < HR glas |
Uw = 1,80 ggl = 0,6 |
|
helend dak isoleren binnenzijde 140 mm PIR |
Rc bestaand < 3,50 |
Rc = 4,26 |
|
plat dak isoleren buitenzijde 100 mm PIR |
Rc bestaand < 3,50 |
Rc = 4,22 |
|
vloer isoleren 120 mm PUR spray |
bestaand geen vloer op zand Rc bestaand < 2,15 |
Rc = 4,77 |
|
kierdichting ramen en deuren |
bouwjaar/renovatiejaar ≥ 2000 en < 2010 |
renovatiejaar3 één klasse hoger |
|
kierdichting gehele woning |
bouwjaar/renovatiejaar < 2000 |
renovatiejaar3 hoogste klasse |
|
mechanische ventilatie met CO2-sturing |
bestaand ventilatiesysteem is natuurlijke ventilatie |
systeem C4c |
|
(bij) plaatsen zonnepanelen |
aantal panelen op basis van elektraverbruik4 en maximaal beschikbare ruimte op de daken |
1,94 m2 225 Wpiek/m2 136 Wpiek/paneel |
1. De nieuwe Rc-waardes zijn gebaseerd op bestaande niet geïsoleerde constructies. Als in de bestaande schil al isolatie aanwezig is dan wordt de nieuwe Rc-waarde hoger.
2. Bouwjaar voor 1920 heeft een massieve gevel en bouwjaar 1920 tot en met 1945 heeft een spouwmuur met kleine spouw. Deze constructies zijn niet geschikt voor na-isolatie van de spouw.
3. De kierdichting is van invloed op de infiltratie. De infiltratie wordt berekend op basis van gebouwtype/woningtype/daktype en bouwjaar/renovatiejaar. De hogere renovatiejaarklasse leidt tot een zeer goede infiltratie waarde.
4. Het elektraverbruik wordt berekend met de NTA 8800 inclusief Maatwerkadvies.