De Standaard voor woningisolatie is door de overheid (RVO) opgestelde richtlijn. Deze geeft aan of een woning geschikt is voor een duurzame warmtebron zoals een warmtepomp of warmtenet.
Een belangrijk uitgangspunt voor de Standaard is dat aanpassingen aan het afgiftesysteem van verwarmen zoveel mogelijk worden voorkomen.
De Standaard is een maximale netto warmtevraag. Deze is afhankelijk van de compactheid van de woning, van het woningtype en het bouwjaar.
|
woningtype en bouwjaar |
Compactheid (Als/Ag) |
Maximale netto warmtevraag [kWh/m2 per jaar] |
|
ééngezinswoning bouwjaar ≤ 1945 |
< 1,00 |
= 60 |
|
≥ 1,00 |
= 60+105*(Als/Ag -1,0) |
|
|
ééngezinswoning bouwjaar > 1945 |
< 1,00 |
= 43 |
|
≥ 1,00 |
= 43+40*(Als/Ag -1,0) |
|
|
meergezinswoning bouwjaar ≤ 1945 |
< 1,00 |
= 95 |
|
≥ 1,00 |
= 95+70*(Als/Ag -1,0) |
|
|
meergezinswoning bouwjaar > 1945 |
< 1,00 |
= 45 |
|
≥ 1,00 |
= 45+45*(Als/Ag -1,0) |
Als = het totale verliesoppervlakte van het gebouw (binnen de energieschil)
Ag= het totale oppervlakte van het gebouw (binnen de energieschil)
De netto warmtevraag wordt berekend met de NTA 8800 - Energieprestatie van gebouwen (EPG)
Bij het behalen van de Standaard, zijn vooroorlogse woningen (vóór 1945) geschikt voor:
En naoorlogse woningen (vanaf 1945) zijn geschikt voor:
De Standaard gaat uit van de (berekende) warmtevraag van een woning.
De warmtevraag kan worden beperkt door drie type maatregelen.
Verbeteren van de thermische kwaliteit van de gebouwschil.
Dit betekent (betere) isolatie van vloer, gevels en daken, toepassing van (minstens) HR++-glas.
Dichtmaken van naden en kieren.
Bijvoorbeeld kozijnen afsluiten met tochtband, doorvoeren in vloer en dak afdichten en kieren en naden in de meterkast en bij woningscheidende wanden aanpakken.
Het ventilatiesysteem verbeteren.
Bijvoorbeeld met een mechanisch systeem met CO2-meting of balans ventilatie met warmteterugwinning.
Bij het scenario “naar de Standaard” worden deze onderdelen aangepakt.
In onderstaande tabel staan de maatregelen met de randvoorwaarde beschreven.
|
maatregelen |
randvoorwaarde |
nieuwe waarde 1 |
|
spouw isolatie EPS korrels |
bouwjaar ≥ 19452 en bestaand gevel heeft geen spouwisolatie |
Rc = 1,63 |
|
glas vervangen door HR++
|
bestaand kozijn is geen niet-thermisch onderbroken profiel en bestaand glas < HR glas |
Uw = 1,80 ggl = 0,6 |
|
nieuw kozijn met HR++ glas |
bestaand kozijn is niet-thermisch onderbroken profiel en bestaand glas < HR glas |
Uw = 1,80 ggl = 0,6 |
|
helend dak isoleren binnenzijde 120 mm PIR |
Rc bestaand < 3,50 |
Rc = 3,71 |
|
plat dak isoleren buitenzijde 100 mm PIR |
Rc bestaand < 3,50 |
Rc = 4,22 |
|
vloer isoleren 120 mm PUR spray |
bestaand geen vloer op zand bestaand geen isolatie |
Rc = 4,77 |
|
kierdichting ramen en deuren |
bouwjaar/renovatiejaar ≥ 2000 en < 2010 |
renovatiejaar3 één klasse hoger |
|
kierdichting gehele woning |
bouwjaar/renovatiejaar < 2000 |
renovatiejaar3 hoogste klasse |
|
decentrale balans ventilatie in de woonkamer, rest als bestaand |
bestaand ventilatiesysteem is natuurlijke ventilatie (A1) |
systeem E1 |
Wordt na het toepassen van deze maatregelen nog niet aan de Standaard voldaan dan zijn aanvullende maatregelen nodig. In onderstaande tabel staan deze aanvullende maatregelen beschreven. Deze worden in op volgorde toegepast tot de Standaard gehaald is.
|
|
aanvullende maatregelen |
randvoorwaarde |
nieuwe waarde 1 |
|
1a |
mechanische ventilatie met CO2-sturing met bestaande ZR- roosters4 |
bestaand ventilatiesysteem is mechanische ventilatie (C1) en bestaand glas ≥ HR glas |
systeem C4c |
|
1b |
mechanische ventilatie met CO2-sturing met nieuwe ZR- roosters4 |
bestaand ventilatiesysteem is mechanische ventilatie (C1) en bestaand glas < HR glas |
systeem C4c |
|
2 |
helend dak isoleren binnenzijde 170 mm PIR |
Rc bestaand < 5,00 |
Rc5 = 8,35 |
|
3 |
plat dak isoleren buitenzijde 160 mm PIR |
Rc bestaand < 5,00 |
Rc = 6,62 |
|
4 |
vloer isoleren 120 mm PUR spray |
bestaand geen vloer op zand Rc bestaand < 3,50 |
Rc = 4,77 |
|
5 |
gebalanceerde ventilatie met warmte terugwinning |
bestaand ventilatiesysteem is natuurlijke of mechanische ventilatie (A1, C1 of C4) |
systeem D5c |
|
6 |
voorzetwand binnenzijde 100 mm PIR |
bouwjaar < 1945 en bestaand gevel heeft geen isolatie aan de binnenzijde |
Rc = 3,68 |
1. De nieuwe Rc-waardes zijn gebaseerd op bestaande niet geïsoleerde constructies. Als in de bestaande schil al isolatie aanwezig is dan wordt de nieuwe Rc-waarde hoger.
2. Bouwjaar voor 1920 heeft een massieve gevel en bouwjaar 1920 tot en met 1945 heeft een spouwmuur met kleine spouw. Deze constructies zijn niet geschikt voor na-isolatie van de spouw.
3. De kierdichting is van invloed op de infiltratie. De infiltratie wordt berekend op basis van gebouwtype/woningtype/daktype en bouwjaar/renovatiejaar. Het renovatiejaar 2025 valt in de hoogste klasse en leidt tot een zeer goede infiltratie waarde.
4. Voor het goed functioneren van CO2-sturingen zijn zelfregelende ventilatieroosters nodig. Als een woning al HR-glas heeft wordt er vanuit gegaan dat de bestaande roosters al zelfregelend zijn. Zo niet, dan moeten nieuwe ZR-roosters geplaatst worden.
4. Deze nieuwe Rc-waarde is gebaseerd op een bestaande aan de buitenzijde geïsoleerd dak met Rc = 3,50.